woensdag, 10 april 2019

Plotseling voelde ik een keiharde klap tegen de rechterkant van mijn
hoofd, net boven mijn oor. Ik stond te tollen op mijn benen. Wat
gebeurde er? Ik wankelde naar de veiligheid van kameraden om me heen,
naar het midden van de demonstratie, en begon te begrijpen wat er was
gebeurd. Een ME’er had me met de lange lat op mijn slaap geslagen.
Levensgevaarlijk.

Mensen kwamen om me heen staan. “Wat is er gebeurd?”. “Een klap. Hier.”
Op de plek was een rode striem zichtbaar aan het worden. Intussen liep
de demonstratie door. De stillen hadden er weer iemand tussenuit gepikt.
Ik had aan de zijkant gelopen en liep daar in de weg volgens hen. Dan
sla je dus iemand op het hoofd. Logisch toch? En er kraait geen haan
naar. De dader hult zich in anonimiteit met zijn helm op.
Of ik misselijk was. Nee. Wel een doffe pijn. Ik had geluk. Ik had geen
hersenschudding. En ik leefde nog. Ik zeg wel eens vaker dat ik wel een
harde okkernoot moet hebben, anders was ik wel eerder door politiegeweld
om het leven gekomen. Bij een arrestatie in 1982 door stillen om te
beginnen, die me geboeid op de grond in hun busje nog even lekker op
mijn hoofd gingen meppen met hun knuppels. Een hoofd als een
maanlandschap was het resultaat. De bebloede hoofden van de vele andere
arrestanten destijds zal ik nooit vergeten. Ik ben niet de enige die al
jarenlang van geluk mag spreken.
Dit keer moest iemand mij de hierop volgende nacht drie keer wakker
maken en een eenvoudige vraag stellen. Om te controleren of ik niet toch
nog hersenletsel opliep. Ik had alweer geluk. En zo heb ik wel vaker
geluk gehad met verschillende vormen van politiegeweld. Bijna gestikt in
een grote wolk traangas. Op het nippertje weggesprongen toen een ME bus
me wilde aanrijden. Over de vele malen thuiskomen met blauwe plekken en
kneuzingen, handboeien veel te lang en te strak om laten en intimidatie
en schelden heb ik het nog niet eens gehad. Ik kan nog pagina’s lang
doorgaan.

Waarom vertel ik dit? Simpel. Om uit persoonlijke ervaringen te laten
zien hoe de smeris overal mee wegkomt en principieel gewelddadig en
repressief is (nee, niet voor alle lezers een nieuw verhaal, maar voor
menigeen wel). Om het even voelbaar te maken voor een ieder die nog
denkt dat de smeris er is om je te helpen. Er is een tijd geweest dat ik
klachten indiende. Het is tevergeefs en de daders blijven anoniem. Ik
doe het niet meer. En dat geldt voor veel mensen. Daardoor kloppen de
cijfers over politiegeweld ook niet. Het lijkt minder dan het is. Wat je
hoort is het topje van de ijsberg. Keer op keer slaat, wurgt, schopt,
schiet de smeris er op los. De beelden van politiegeweld in Rotterdam
tegen anti-Zwarte Piet demonstranten staan me ook nog helder voor de
geest. Schoppen, slaan, aan haren trekken. De kreten van pijn en angst.
En dan zijn er de talloze politiemoorden. Al decennialang hetzelfde
liedje. Hans Kok heeft in 1985 klappen op zijn hoofd gekregen bij de
ontruiming van het pand in de Schaepmanstraat in de Staatsliedenbuurt.
Ik was daarbij. Hij overleefde het niet. Daar waren weliswaar meer
oorzaken voor aan te wijzen (ziek, drugs, liggen op beton in een
ijskoude cel, laten creperen), maar ik heb later wel eens gehoord dat
vocht uit een van zijn oren nooit is onderzocht. Van hersenschade door
politiegeweld is nooit gesproken. Liever focuste men op zijn
drugsgebruik. Lekker makkelijk. “Toch maar een junkie,” beten de
bewakers van het cellenblok ons destijds al toe, gevolgd door: “Hou je
kop, anders komen we effe binnen!” Vergeet ik nooit meer: onder dreiging
van meer geweld vastzitten nadat er iemand in zo’n zelfde cel is
doodgegaan, wetende dat ze hem hadden kunnen redden. Ook hiervoor is
nooit iemand verantwoordelijk gehouden. Ik kan er niet vaak genoeg op
terugkomen. Cold case dood door politie nummer zoveel. En still counting.

Het is hierom, en om alle doden daarna, om de vrijbrief voor de
moordenaars van Mitch Henriquez, Rishi Chandrikasing en nog veel meer,
dat het me laaiend maakt, elke keer weer, als er weer geroepen wordt dat
er zoveel geweld tegen ‘hulpverleners’ wordt gebruikt. De cijfers
daarvan gaan vooral over politie, want de politie roept beroepsmatig
geweld op omdat ze het monopolie hebben. Wie als taakomschrijving van
zijn of haar werk heeft dat het toegestaan te mishandelen en te moorden,
moet niet raar opkijken als daarbij hoort: en om klappen terug te
krijgen van in het nauw gedreven slachtoffers. Stelletje jankerds. Het
is de beul van de guillotine die klaagt dat-ie blaren van het touw heeft
dat hij tussen zijn handen laat glijden als het mes valt.

Op TV zag ik een smeris jammeren dat hij door een arrestante, die hij
met collega’s in bedwang probeerde te krijgen door haar op het bed te
drukken, in zijn duim was gebeten. Och arreme. Zijn duim zit er nog aan,
de zielepoot. Maar ik ken minstens één verhaal van een man die op die
manier gestikt is, eenvoudigweg op het bed in de cel platgedrukt. Kuddos
voor de arrestante dus. Het zal haar leven gered hebben. Daar zou ik ook
een smerisduim voor over hebben.

En dan nu dat wetsvoorstel van de opperterroristen Grapperhaus en Dekker
om voor dit ‘geweld’ (lees: zelfverdediging) alleen nog
gevangenisstraffen uit te delen. Ik kan me niet herinneren ooit gehoord
te hebben dat een smeris ook maar een dag een cel van binnen heeft
gezien (om er te moeten blijven) vanwege gepleegd geweld. Zelfs niet
voor moord. Ook voor de moord op Mitch is de eis nu zes maanden
voorwaardelijk. Zelfs als ze dat al krijgen hoeven ze echt niet bang te
zijn dat het er ooit van komt. Als niet-geuniformeerd burger krijg je
meer voor minder. Ik word hiervan alsnog misselijk van de verlate
koppijn. En de namen van de verwurgers weet zelfs de familie van Mitch
nog altijd niet.

Hulpverleners, noemen ze dat. De smerissen in kwestie schroeven intussen
lekker de cijfers van tegen hen gebruikt ‘geweld’ op door elke keer dat
ze zich beledigd voelen ook mee te tellen. Dat heet dan: ‘verbaal
geweld’. Zo kan ik het ook. En de samenleving maar denken dat het bij de
algemene term ‘hulpverleners’ vooral gaat om brandweerlieden en
ambulancepersoneel. Zo kan je iedereen wel achter een repressief
wetsvoorstel krijgen. Nog niet genoemd heb ik alle smerissen die zich in
de uitoefening van hun functie voordoen als ‘gewone burgers’ door geen
uniform aan te trekken, zodat die andere ‘gewone burger’ niet eens weet
met een smeris van doen te hebben. Dat heet dan geweld tegen politie,
maar is het in de ogen van de ‘gewone burger’ op dat moment niet. Toch
wordt daar dan ook een beroep op gedaan en werkt het strafverzwarend. Ze
plegen nog valsheid in geschrifte en doen nog valse aangifte ook, om het
maar even in hun eigen wettelijke termen te gieten.

Het is dus juist andersom. Als de opperterroristen van de staat dan toch
mensen principieel in cellen willen stoppen, doe dat dan met de
smerissen die uit principe moorden en slaan in naam van de staat en het
kapitaal. Of nee, toch niet. Natuurlijk niet. Er ligt juist nog ergens
een wetsvoorstel om hen nog verder te vrijwaren van vervolging en het
zal niet lang meer duren of ze lopen allemaal met een taser rond. Alsof
ze nog niet genoeg dodelijke wapens hebben. We hebben het allemaal maar
te pikken op straffe van nog meer klappen en opsluiting voor lange tijd
toe. En dat in een tijd waarin je niet eens ‘zeg dan PAF’ mag zeggen.
Dan wordt je door een zwaar bewapende bende (‘arrestatieteam’) ontvoerd
en gegijzeld alsof je een terrorist bent. We leven met ons allen in een
grote open lucht gevangenis. Het wordt tijd om uit te breken.

Joke Kaviaar