zondag, 3 maart 2019

Het jaar 2019 zal voor een deel in het teken staan van het overlijden van de bekende socialist Ferdinand Domela Nieuwenhuis honderd jaar geleden. Zowel de oude vrij socialistische (anarchistische) beweging als de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) van Pieter Jelles Troelstra zijn schatplichtig aan het pionierswerk van ús Ferlosser in de provincie Friesland.

De door de SDAP ondersteunde mobilisatie tijdens de Eerste Wereldoorlog deed antimilitaristische critici van de partijlijn zoeken naar medestanders die zij vonden in de groep rondom Henriette Roland Holst. Verzet tegen de mobilisatie en crisispolitiek resulteerden in een groeiende aanhang voor het Dienstweigeringsmanifest dat werd gelanceerd door christensocialistische dominees als Leendert de Baan uit Trijnwouden. Vooral de Friezen bleken hier ontvankelijk voor. Van hieruit ontstonden de eerste communistische groepen, die net als de andere sociaaldemocratische opposanten werden geïnspireerd door de Russische Revolutie.

Opmerkelijk was dat deze groepen aanvankelijk vooral op het platteland (bijvoorbeeld Het Bildt) te vinden waren en dat het in Leeuwarden aanzienlijk moeilijker bleek om een afdeling van de Communistische Partij Nederland (CPN) op te richten. Ik laat in mijn boek In het spoor van Domela Nieuwenhuis. Het vroege communisme in Friesland, 1907-1935 zien hoe familienetwerken binnen de plaatselijke gemeenschap een rol spelen bij het ontstaan van die nieuwe partij. Niet alleen landarbeiders, kleine boeren en dienstbodes sluiten zich aan, maar ook bijvoorbeeld de vrouw van De Baan.

In de begintijd is het vooral de tamelijk onbekende Cornelis Bosma, afkomstig uit een streng gereformeerd milieu in Heerenveen, die in samenwerking met de Groninger communist Geert Sterringa stad en land afreist om propaganda te maken voor deze nieuwe politieke beweging. Een groeiend deel van de vrij socialistische beweging blijkt hier vatbaar voor. Op enig moment maakt de Noordelijke aanhang van de CPN zelfs een kwart van het totale ledenbestand uit!

Een belangrijke vuurproef voor de Friese communisten zullen de roemruchte stakingen in 1925 in de werkverschaffing zijn. Ofschoon de militante stakingen worden verloren, resulteert de inzet van communisten als Gerrit Roorda in een groeiende electorale populariteit van het communisme. Niet alleen in Opsterland, maar ook in Lemmer en Schoterland en later in Heerenveen.

Betrokkenheid bij de aanhangers van het gebroken geweertje, de blauwe beweging, maar ook bij de plaatselijke muziek-, zang- en toneelgezelschappen versterken een solidair gemeenschapsgevoel. Gezelligheid blijkt voor de betrokken mannen en vrouwen onontbeerlijk om de strijd voor een beter leven vol te houden.

Vanaf ca. 1925 tot aan 1930 valt de CPN in twee delen uiteen. ‘Friesland’ solidariseert zich met de ‘gevallen’ communistenvoorman David Wijnkoop en de eigenzinnige Friezen nemen als eersten stappen om een nieuwe partij op te richten. Daartegenover weet de andere groep/partij in de provincie niet veel in de strijd te werpen. Bij de uiteindelijke fusie in 1930 blijkt de trouwe aanhang van Roorda inmiddels een soort derde groep te vormen, die na enige aandrang toch opgaat in de nieuwe herenigde CPN.

Het zal niet het einde zijn van de onenigheid aan de uiterst linkerkant van het politieke spectrum. Uit onvrede met de opkomst van Stalin en de gelijkschakeling van de buitenlandse partijen aan Moskou komen nieuwe revolutionair socialistische partijen als RSP (met als belangrijkste gezicht Johannes Mooij uit Weststellingwerf) en de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP) op. De SDAP heeft in Friesland veel last van de OSP, die her en der grote delen van afdelingen en zelfs raadsleden doet overstappen. Ik laat gedetailleerd zien hoe op lokaal vlak en zelfs in familieverband deze politieke tegenstellingen doorwerken.

Tenslotte besteedt het boek aandacht aan tot nu toe vrijwel onbekende activisten en groepen in het verzet tegen de Duitse bezetting. In het spoor van Domela Nieuwenhuis besluit met niet alleen een politiek-maatschappelijke, maar ook een geografische en sociologische analyse van het vroege communisme. Ook al wilde men niet altijd ‘bukken voor Moskou’ of bleef men moeite houden met het ‘Rode militarisme’ van de Russen, de CPN wist in Friesland uiteindelijk inderdaad de plek van de Domela-aanhang in te nemen.

De Friese uitgeverij Bornmeer is bereid het manuscript van In het spoor van Domela Nieuwenhuis. Vroeg communisme en radicaal socialisme in Friesland (1907-1935) uit te geven, maar we zoeken nog financiële steun. Daarvoor benaderen we diverse fondsen en ook individuen. Uiteraard zullen de ondersteuners genoemd worden. Mocht je het publiceren van dit boek willen steunen, dan kan dat door financieel bij te dragen.
Contact: ronblom859@gmail.com

Ron Blom