dinsdag, 22 januari 2019

In 1992 was de Earth Summit in Rio de Janeiro, het toenmalige kabinet Lubbers-III kondigde toen strenge maatregelen aan om de CO2-uitstoot op het niveau van 1990 te stabiliseren.
In 1997 werd het Kyotoprotocol opgesteld, het kabinet Kok-I kondigde aan toe te werken naar goedkope PV-panelen voor particulieren.
In 2009 hadden we de klimaatconferentie in Kopenhagen, het kabinet Balkenende-IV liet zijn achterban van (CDA-)boeren weten dat methaan, het broeikasgas dat in koeienwinden zit, ook naar niveau 1990 terug moest.
In 2015 werd het akkoord van Parijs gesloten, het kabinet Rutte-II kwam met een zwarte lijst van grote CO2-uitstoters.
In 2018 was de klimaatconferentie van Katowice, het kabinet Rutte-III kondigde een grootscheepse campagne aan om alle woningen in één decennium op niveau A++ te brengen, met ter financiering even grootscheepse nivelleringsmaatregelen.

Dat zijn vijf zinnen waarvan het eerste deel een feitelijk klimaatoverleg noemt en het tweede deel uit pure fantasie bestaat. Dat deden die kabinetten niet, dat had men kunnen doen. Wat men in het echt deed was zo lang mogelijk zeggen dat het effect van broeikasgassen nog niet bewezen was, vervolgens zo lang mogelijk zeggen dat het ingewikkeld is, dat er aan technische oplossingen wordt gewerkt, intussen tevens nóóit zeggend dat iedereen fors moet veranderen, de industrie voorop, ook bestond er al die jaren volop beleid om de rijken te plezieren. Tenslotte gaf men iedereen het gevoel dat ze mee konden praten door een brede maatschappelijke discussie uit te schijven. O nee, zo ging het niet, ze nodigden allerlei instanties uit om aan Tafels te komen overleggen, waarbij men er nauwlettend op toe zag dat de verschillen aan elke tafel zo groot waren dat er nooit iets uit kon komen. Toch kwam er een klimaatakkoord uit, überslap uiteraard en vervolgens zei een minister van de Volkspartij voor Verlakkerij en Demagogie toch nog dat dat niet allemaal uitgevoerd ging worden.

Het is niet zo moeilijk om cynisch te zijn over wat overheden aan het klimaat doen want het beleid hangt zelf van cynisme aan elkaar. Industrieën kunnen er trouwens ook wat van, kort geleden werd bekend dat in sommige streken van het land voorlopig geen grote projecten met zonnestroom kunnen komen omdat de leidingen en transformators het niet aan kunnen als de zon ineens uitbundig gaat schijnen. Mij lijkt het dat die bedrijven al een paar jaar eerder hadden kunnen weten dat na regen zonneschijn komt. Ook vormen van opslag van elektra werden afgelopen jaar aangekondigd. Of nee, het was ónderzoek naar vormen van opslag. Anno 2018 werd immers ook pas bekend dat de wind niet altijd even hard waait.

Overheden zijn de natuurlijke vijanden van anarchisten en op winst gerichte industrieën de vijanden van alle linksen, maar intussen bestaan alle instituties uit mensen. Die hebben allerlei meningen – en daar wil ik het even heel abstract over hebben.

Per definitie heeft een groot deel van de mensen gemiddelde meningen. Zouden ze allemaal naar links opschuiven dan werd het gemiddelde linkser. Het omgekeerde kan helaas ook. Naar rechts dus.
De niet-gemiddelde meningen bestaan ook, want zonder flanken is er geen gemiddelde. Om dezelfde terminologie te blijven gebruiken: er is een linkerflank en een rechterflank. Op de rechterflank zit er altijd iets van onderbuikgevoelens in de ideeën. Egoïsme, hebzucht, eigen dit of dat eerst. Bij de linkerkant zijn het óók gevoelens die een rol spelen, maar daar gaat het om rechtvaardigheidsgevoel, solidariteit en dergelijke.
Nu komt het abstracte: in de kennistheorie en ook logisch bezien is er een gigantisch verschil tussen bevestigen en ontzenuwen van ideeën. In technischer termen: verificatie is leuk voor een theorie, maar de theorie verandert er niets door, wordt er noch sterker noch zwakker door. Falsificatie echter zet een theorie totaal op de tocht. Elke witte zwaan houdt het idee 'zwanen zijn wit' overeind, maar slechts één zwarte zwaan maakt het idee onhoudbaar.
Nu komt het mij voor dat aan de rechterflank falsificatie een ontzettend zwak punt is. Of afwezig. Dat maakt discussie met rechts ook zo vervelend en lastig en onbevredigend. Je werpt ander licht op zwarte piet en het antwoord is dat het traditie is. Of in 1850 niet racistisch bedoeld. Enzovoort. Het andere licht komt gewoon niet aan, men blijft blijkbaar graag rondtasten in duisternis. In de diepte wenst men geen kritiek op de onderbuik.
Rond klimaatzaken evenzo.
Daarmee is nog niet gezegd dat de linkerflank gespecialiseerd is in falsificeren. Was dat maar waar! Zoiets als solidariteit vereist intussen wel op linkse wijze veel verder kijken dan wat je direct om je heen ziet. Zoiets als je CO2-voetafdruk verkleinen vereist zoeken van ander, nieuw, onbekend gedrag.
Het onderscheid onderbuik/solidariteit en het onderscheid bevestigen/ontzenuwen kan heel handig zijn. Zodra een klimaatmaatregel wordt bedacht waaraan iedereen mee moet betalen, of die iedereen zelf moet doen, is een van de gehoorde reacties: er zijn veel mensen die dat niet kunnen betalen. Dat is solidair, dus links. Maar als het bij die reactie blijft dan klinkt het toch als ontzenuwen van de klimaatmaatregel. Dus rechts. Beter zeg je: er moeten nog veel meer klimaatregelingen komen plús nivelleringsmaatregelen zodat iedereen eraan mee kan betalen. Zoals Rutte III dus niet deed.
Ook zouden de gele hesjes niet hebben moeten klagen over de benzineprijzen, maar hadden ze kunnen zeggen dat die tien keer zo hoog zouden moeten worden én dat de economie zodanig op de schop ging dat de hesjesdragers er niet aan onderdoor zouden gaan.

Weia Reinboud