zaterdag, 17 juli 2021

Vrij Links is een opinie- en discussieplatform met de doelstelling om het debat over progressieve en vrijzinnige waarden in en buiten Nederland, te faciliteren. Centraal hierin staan een vrij en onbelemmerd debat, secularisme en een herwaardering van individuele vrijheid. Wars van woke, opkloppen van identiteiten en ‘politieke correctheid’. Trouw aan de idealen van de Verlichting, rationaliteit, vrije meningsvorming en solidariteit. Niet verwonderlijk dat Vrij Links op 15 juli een e-salon organiseerde over de invloed van sociale media op het vrije debat.

Van meer democratie naar deepfake

Tijdens de ‘bijeenkomst’ op internet werd als centrale vraag geformuleerd: “Hoe verhouden de Vrij Linkse idealen van een pluriforme en vrije discussie zich tot een digitale omgeving die gedomineerd wordt door private Amerikaanse megabedrijven? En hoe beïnvloeden deze bedrijven op subtiele of minder subtiele wijzen welke mening gehoord mag worden, welke meningen snel afgevoerd moeten worden, of welke meningen tot vervelens toe in beeld moeten blijven hangen?”

Als inleider trad Edwin Wenink op, filosoof en deskundige op het gebied van kunstmatige intelligentie.

Hij keek terug op de begintijd van het internet, toen er nog hoge verwachtingen waren over volledig vrije meningsuiting voor iedereen en volkomen vrije toegang van alle beschikbare informatie. Internet zou meer democratie brengen en misschien wel ‘power to the people!’. Volgens Edwin is dat toch niet helemaal gelukt, om het zacht te zeggen. Op den duur grepen Big Tech-bedrijven en platforms, zoals Linkedin, Facebook en Google de macht. In plaats van decentrale spreiding van informatie werd die gecentraliseerd door enkele bijna-monopolies. Er kwam fake news en censuur. Met behulp van peperdure algoritme-systemen werd nieuws gemanipuleerd (denk aan de fabeltjesfuik van Lubach!) en werd zoekgedrag in kaart gebracht voor commerciële doeleinden. Met deepfake, waarbij gedrag en uitspraken van mensen worden vervormd en vervalst, wordt het waarlijk vrij, open en eerlijk debat nóg meer in gevaar gebracht.

Controle van onderop

Na de inleiding van Edwin werd er gediscussieerd over twee stellingen.

De eerste ging over de verantwoordelijkheid van de media-platforms: als ze nieuws weigeren of veranderen, dan moeten ze ook duidelijk maken hoe en wat, anders maken ze zich schuldig aan platte censuur. In de discussie kwam naar voren dat dit praktisch onhaalbaar is: Facebook heeft 2,8 miljard ‘klanten’ en het is onmogelijk al hun berichten te controleren en eventueel te modereren. Bovendien: wie is Facebook, of Linkedin of Google, nou helemaal om te bepalen wanneer moet worden ingegrepen? Bij hen is redigeren niet bepaald in veilige handen.

De tweede stelling gaf aan dat het verdienmodel van de grote media-platforms sowieso vrije informatie-uitwisseling in de weg staat. Het gaat om de centen en niet om waarachtigheid. Over meer regels en wetgeving werd verschillend gedacht. Door wie dan? Rutte? Meer eensgezindheid was er over het aanpakken van dat verdienmodel. Dat dient te worden ingeperkt. Gewezen werd op de anti-monopoliewetgeving die ooit de grote olieconcerns enigszins aan banden legde (maar ook het kapitalisme als zodanig nauwelijks van zijn stuk bracht). Een andere suggestie was het zelf starten van kleine, betrouwbare platformpjes, maar veel fiducie kreeg dat idee niet. Wat meer enthousiasme kwam er voor het voorstel om in ieder geval in het onderwijs kinderen en jongeren te leren om te filteren, te leren om informatie kritisch te beoordelen. Dat is dan wel de zoveelste klus waar dat onderwijs mee wordt opgezadeld, maar dat is nog de beste manier om ‘controle van onderop’ in de toekomst vorm te geven.

Rob Lubbersen