vrijdag, 17 mei 2019

Ruim dertig jaar na de kernramp in Tsjernobyl verschijnen met regelmaat berichten dat de dierenwereld rondom de beschadigde kernreactor floreert. Dat is ontegenzeggelijk waar, maar er is ook nog een andere kant van dat verhaal. Die is afkomstig van wetenschappers die langdurig en uitvoerig de gevolgen van ioniserende straling op de plaatselijke fauna onderzoeken.

Eén van die onderzoekers is dr. Timothy Mousseau. Hij is hoogleraar biologische wetenschappen en de oprichter van het onderzoeksinitiatief van Tsjernobyl en Fukushima aan de universiteit van South Carolina, een staat in de Verenigde Staten. Dr. Timothy Mousseau wordt in veel kringen beschouwd als de belangrijkste expert op het gebied van ecologische en evolutionaire gevolgen van de radioactieve verontreinigingen die populaties van vogels, insecten en mensen aantasten. Hij heeft veel onderzoek gedaan in de rampzones van Tsjernobyl en Fukushima.

In Tsjernobyl signaleert hij dat waar de besmetting hoger is, je algemeen voorkomende bewijzen ziet van effecten van mutaties, maar in verhouding tot de totale populatie zijn deze nog steeds zeldzaam. Alleen in gebieden met de hoogste besmettingsniveaus zijn de effecten het meest duidelijk.

Volgens Mousseau is de kernramp in Tsjernobyl, in termen van het radioactieve besmetting van landgebied veel groter dan bij Fukushima. Ofschoon de kernramp bij Fukushima ook van enorme omvang is (de ramp duurt nog altijd voort, HvdK), komt de radioactieve besmetting vooral in de Stille Oceaan terecht, waar het wordt verdund. Als de wind in een andere richting had gewaaid, zou een veel groter gebied van Japan zijn vervuild en deze kernramp vergelijkbaar zijn geweest – of erger – dan die van Tsjernobyl.

Toen Mousseau zijn onderzoek begon nabij Tsjernobyl waren vuurwantsen voor hem een eye-opener. Met zijn collega Anders Moller liep hij rond Pripyat om bloemen te verzamelen, om hun stuifmeel te bestuderen, toen Anders een exemplaar van deze kleine rood-zwarte wants zag die ogen miste. Uit nader onderzoek bleek dat vervormde patronen veel bij deze soort wants vaker voorkwamen in gebieden met hogere radioactieve besmetting.

Uit zijn onderzoeken blijkt ook dat de impact van ioniserende straling op mutatiesnelheden, kanker en sterfte per soort sterk varieert. Maar statistisch gezien is er een eenvoudige relatie met de dosis: kleine dosis, klein effect; grote dosis, groot effect. Er lijkt geen drempel te zijn waaronder geen effect bestaat.

Mousseau nam ook waar dat planten en bomen worden aangetast. Zijn onderzoeksteam heeft veel vervormd stuifmeel verzameld, en veel misvormde bomen gezien. Pijnbomen vertonen vaak afwijkingen in de groeivorm.

Tsjernobyl was een kernbrand met een voortdurende splijtingsactiviteit gedurende 10 dagen, waarbij strontium-, uranium- en plutoniumisotopen over het landschap werd verspreid. Ze hebben lange halfwaardetijden, dus veel gebieden in die regio zullen eeuwen, zelfs duizenden jaren, gevaarlijk blijven.

Fukushima was grotendeels een cesiumgebeurtenis en cesium-radionucliden hebben een relatief korte halfwaardetijd. Het gebied zal zich grotendeels binnen enkele decennia, hoogstens binnen een paar honderd jaar, ontsmetten.