Ongehoord

zondag, 19 juli 2020

Via allerlei media worden we dagelijks op een ergerlijke manier lastig gevallen met de meningen van rechtse en ultrarechtse kakelaars en toch voelen ze zich nog steeds niet gehoord. Bij de NOS, RTL en de NPO, maar vooral natuurlijk ook in De Telegraaf krijgen ze volop de ruimte om hun apologie -in de betekenis van het goedpraten, bagatelliseren of ontkennen van racisme en discriminatie- te spuien. Een apologie ook van institutioneel racisme, neoliberale onderdrukking, willekeur en (ultra)rechtse treurigheid.

En zeer onlangs keerden een kleine negentig Nederlandse en Vlaamse academici, opiniemakers, politici en ’gewone burgers’ zich in een Manifest voor het Vrije Woord tegen de huidige wat zij noemen cancel culture, de afrekencultuur. In een open brief waarschuwen de ondertekenaars dat de vrije uitwisseling van ideeën en opinies onder druk staat nu radicale activisten steeds vaker pogen andersdenkenden ’het recht op het geven van hun mening te ontnemen’.

Volgens de ‘ongehoorde’ ‘anders’denkenden oftewel ontkenners van wat gekleurde medelanders al zo lang en doorlopend aan uitsluiting en achterstelling ten deel valt, valt het verspreiden van racisme dus onder de vrijheid van meningsuiting. Al vele decennia heeft onder invloed van de Amerikaanse manier van denken ook hier het idee post gevat dat het met racisme en discriminatie in onze maatschappij wel meevalt. De resultaten zien we terug in diverse media en de populariteit van rechtse en ultrarechtse politieke partijen.

Dat partijen als FvD, PVV, N-VA en Vlaams Belang in Nederland en Vlaanderen angst, haat, xenofobie en polarisatie aanwakkeren, daar schrijven de ondertekenaars niet over. Evenmin wordt er over gerept dat bij sollicitaties niet het opleidingsniveau en werkervaring maar de huidskleur en afkomst van de sollicitant de doorslag geven. De ongefundeerde discriminatie, achterstelling en uitsluiting op de woningmarkt, op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, bij de belastingdienst en de politie, etnisch profileren door de politie met als enige reden voor verdenking huidskleur of afkomst. We mogen er niets van zeggen, want dan geven wij onze mening en wijzen we naar harde feiten en dat mag niet van de ongehoorde andersdenkenden.

Van hen mag het witte superioriteitsgevoel, dat al heerst sinds het koloniale tijdperk, niet doorbroken worden. De slavernijperiode en de koloniale tijd werken nog steeds door in onze huidige samenleving. En zo gaan we van het ene politiek gestuurde incident naar het andere politionele geweldsingrijpen. En het zijn geen incidenten, maar een lange aaneenschakeling van systematische discriminatie, onderdrukking, uitsluiting, achterstelling en -dus- (onderhuids) racisme.

Het geeft in elk geval hoop dat een steeds groter wordende groep Nederlanders protesteert tegen racisme en discriminatie, hoezeer dat de zichzelf ongehoord noemende (ultra)rechtse blaters ook tegenstaat. Volgens hen zouden antiracisten anderen met een onwelgevallige mening het zwijgen willen opleggen. Dat zeggen ze zonder concrete onderbouwing en het staat daarbij tevens in schril contrast met het geweld en racisme tegen mensen met een migratieachtergrond, met een andere kleur of een vreemde naam. Daarover hoor je de ongehoorde ondertekenaars van het manifest niet. Door de antiracismebeweging zonder goede onderbouwing te beschuldigen van radicalisme en het smoren van het vrije debat doen de opstellers aan victim-blaming, het beschuldigen van de slachtoffers. Een dergelijke richting in het debat gaat eerder tégen de vrijheid van meningsuiting in dan andersom.

Dit manifest is niet meer dan een ordinaire weergave van het ongenoegen van een groep burgers die tot op heden, decennia lang, ongestoord van het eigen witte privilege kon genieten en nu dit aan het veranderen is kunnen deze mensen het niet verkroppen dat anderen het durven kritiek daarop te uiten. Hoe halen slachtoffers van xenofobie en racisme het in hun donkere hoofd hun stem te willen verheffen? Het is werkelijk ongehoord!

Praten over racisme is in Nederland trouwens nog steeds niet voor iedereen vanzelfsprekend. Dat heeft alles te maken met het Nederlandse zelfbeeld. Nederland ziet zichzelf al te lang als een open, tolerant en liberaal land, waarbinnen  het niet past om racistisch te zijn. Dat maakt ook dat het lastig is om op racisme aangesproken te worden. Als je tegen iemand zegt: 'je bent racistisch', dan tast je diegene aan in hoe hij of zij zichzelf ziet. Vervolgens wordt het probleem door diegene gebagatelliseerd en ontkend. Dit ranzige en hypocriete manifest bevestigt dat eens temeer onomstotelijk.

Eén van de ondertekenaars van het manifest is overigens de zingende verpleegster Marga Bult. Als je wilt dat een dergelijk stuk serieus wordt genomen nodig je dan zo’n schertsfiguur uit om ook haar krabbeltje te zetten? Maar op zich is dat nog tot daaraan toe, dat echter de initiatiefnemers Raisa Blommestijn en Bart Collard, die zich zo graag profileren als de verdedigers van het vrije woord, mogen doceren aan de Universiteit van Leiden is in wezen dieptriest. Hoe zeer geeft het trouwens te denken dat zowel Bart als Raisa afkomstig zijn uit het klasje van de Leidse hoogleraar en FvD-senator Paul Cliteur. Geïndoctrineerd hebben ze zich schaamteloos voor het politieke karretje van Cliteur laten spannen. Eerder gingen de uiterst rechtse opiniemaker Eva Vlaardingerbroek en Thierry Baudet hen al voor. Dat Paul en het FvD problemen hebben met de vrijheid van meningsuiting bleek eerder al uit het voorstel van Cliteur om een kliklijn in het leven te roepen voor ‘occidentofofobie‘ en het meldpunt voor linkse indoctrinatie in het onderwijs. Precies het soort publiciteitstunts waar deze brief, dit manifest, sterk aan doet denken.

Ook mensen van wie men een bovengemiddeld verstand en het vermogen om zelfstandig te denken zou mogen verwachten zijn kennelijk ontzettend eenvoudig te beïnvloeden en te indoctrineren.

Paul, Thierry, Raisa, Bart en alle andere ondertekenaars zouden er goed aan doen eens een Nederlandse inburgeringscurus te volgen.

Arie Schalekamp