zaterdag, 1 juni 1991

Jullie initiatief heeft tegenstrijdige reacties bij mij opgeroepen. Een platform, het zoeken naar nieuw perspectieven voor radicaal links, niets nodiger dan dat, prachtig als het er komt. Maar wat kan ik concreet van dat mooie idee verwachten als ik in jullie teksten een bewegwijzering tegenkom waardoor ik mij juist in het stratenplan van de linkse impasse voel teruggestuurd?

Mijn bezwaar richt zich om te beginnen tegen de nauwe samenhang die jullie nastreven tussen enerzijds de inhoudelijke discussie over het linkse slop en de vraag hoe daaruit te komen, en anderzijds het vlak van de organisatoriese samenwerking en de machtsvorming. De verstrengelingsbehoefte gaat zelfs zover dat de inhoudelijke gedachtewisseling als een discussie tussen vooral ook groepen wordt voorgesteld, alsof zo'n spreekbuizengesprek niet de dood in de pot is voor het vrije botsen der meningen dat jullie op de voorpagina van het nulnummer huldigen. En ik word bij voorbaat moe als ik lees dat de uitwisseling zou moeten gaan over strategie en doelstellingen, strijdtonelen en samenwerkingsverbanden, in plaats van over hoop en wanhoop, over de dingen waar je op vastloopt en het waarom van het volhouden.

Ik snap dat de marginale rol van radicaal links als machtsfactor, hier en bijna overal elders -we kunnen de overgebleven bolwerken van het partijcommunisme toch moeilijk meetellen- jullie een doorn in het oog is. Het kost mij weinig moeite dit te begrijpen omdat ik zelf niets liever wil dan dat er in die jammerlijke toestand verandering komt. En ik ben het er ook mee eens dat zo'n verandering alleen kan plaatsvinden wanneer het zoeken naar inzicht in wat er aan de hand is in onze tijd een stevige wisselwerking onderhoudt met de praktiese maatschappelijke en politieke strijd voor vooruitgang. Maar ziehier mijn bedenking: Als mensen ervaren dat een onderneming in een impasse is geraakt en het lukt maar niet om ze er weer uit te sleuren, komt er dan niet een moment waarop deze mensen zich zouden moeten afvragen wat er aan hun project schort, in plaats van er nog weer eens een poging tegen aan te gooien om de boel weer in beweging te krijgen? Wordt het niet tijd om het punt aan de orde te stellen waar in de gevestigde denk- en uitings- en actiepatronen van radicaal links de wortels liggen van zijn isolement?

Ik voel mij tot het opwerpen van deze vragen aangemoedigd door het stuk van Anil Ramdas in het nulnummer dat ook tot zo'n zelfonderzoek aanspoort. Als jullie daar plaats voor inruimen mag ik hopen op krediet voor mijn manier om de weg naar de spiegel te wijzen. Ik zie met lede ogen dat er in geen enkele bevolkingsgroep een meer dan minimale ontvankelijkheid bestaat voor linksradicale boodschappen; en dat terwijl toch lang niet iedereen Bush en Baker op handen draagt en in geestdrift verkeert over de zegeningen van het kapitalisme. Hoe komt het dat mensen die echt wel in de gaten hebben dat er het een en ander fout zit in onze maatschappij en in het optreden van de Westelijke politiek op het wereldtoneel, niet thuis geven aan de manier waarop ze vanuit de linksradicale hoek daarover worden aangesproken? Ik haal er het begin bij van jullie inleidend stuk in het nulnummer.

'Links' in Nederland (en daarbuiten) bevindt zich in een diepe crisis. De wereld verandert in een 'moordend' tempo van aangezicht. Links beziet het, klaagt vele misstanden aan, maar weet de verontwaardiging daarover niet niet om te zetten in krachtige en strijdbare tegenbewegingen'.

Als ik deze tekst bekijk herken ik een kenmerk van radicaal links waar ook Ramdas naar verwijst, namelijk het geloof in een natuurlijke, haast vanzelfsprekende progressie van 1. iets als een misstand zien, naar 2. verontwaardigd worden, naar 3. deelname aan een strijdbare tegenbeweging. Aan deze progressie beantwoordt een strategies concept dat uitblinkt door simpelheid: breng de misstand onder de aandacht van de mensen en voed hun verontwaardiging door het aanklagen ervan; wakker door jouw strijdbaarheid hun verzet aan en voorzie dit ven organisatoriese kaders en actiepatronen.

Op deze manier bezorg je je echter een bron van frustratie wanneer, zoals keer op keer het geval blijkt, de productie van verontwaardiging en strijdbaarheid buiten de eigen kring nauwelijks afzet vindt. Je krijgt dan het gevoel het niet goed te doen, zonder te kunnen aanwijzen waar dat aan ligt. Er nestelt zich een eerst opstandige en vervolgens steeds doffer wordende teleurstelling in je over de inertie van de mensen oftewel over het gemak waarmee de heersende macht, op de nietige minderheid waar jij bij hoort na, iedereen in haar aanpassingsgareel weet te houden.

Ik denk daarom dat we onszelf en de zaak van vooruitgang een goede dienst bewijzen door te beseffen hoe de beschreven progressie juist niet voor de hand ligt. Ik ben daar gemakkelijk achter gekomen door het nalopen van mijn eigen verwerking van de dagelijkse golf van onrecht en politiek geweld die pers en beeldbuis over ons uitstorten. Van het grootste deel daarvan laat ik de inhumaniteit nauwelijks tot mij doordringen, de kwaadheid en treurigheid die desondanks soms ruimschoots in mij opborrelen weet ik meestal snel opzij te zetten, en ik ben niet ontevreden over deze prestatie want ik heb geen zin om in een permanente staat van verontwaardiging te leven.

Ligt het dan niet voor de hand dat de permanente uitstraling van verontwaardiging en verzet die blijkbaar ook volgens jullie het waarmerk van radicaal links dient te zijn op verreweg de meeste mensen eerder afstotend dan wervend werkt? Natuurlijk, verontwaardiging, strijdbaarheid, verzet, laat ze er zijn, afgezien van de vraag wat je ermee bereikt. We wisten tevoren dat alle verzet tegen de Golfoorlog deze niet zou kunnen voorkomen of stopzetten, maar stel je voor dat die mensenslachting had plaatsgevonden zonder dat er een hond tegen had geprotesteerd, zou dat niet zijn om van schaamte onder de grond te kruipen? Toch zijn in de afgelopen maanden de gemengde gevoelens die het linkse actiewezen vanouds bij mij oproept geenszins vermagerd. Ik neem mijn petje af voor de manier waarop bijvoorbeeld sommige mensen van mijn eigen club, AMOK Nijmegen, zich het vuur uit de sloffen hebben gelopen, om demonstraties te organiseren, pamfletten en posters te verspreiden, enzovoort. Maar inhoudelijk gezien zaten er naar mijn smaak te veel mechaniese aspecten in het demonstratie- en publicatiecircuit. Hoe werkt het bijvoorbeeld op het publiek wanneer men alsmaar met dezelfde machteloze leuzen blijft rondsjouwen: 'Stop de Golfoorlog', maar de oorlog gaat door, 'Geen bloed voor olie', terwijl de lijken zich opstapelen?

De hoofdrol die het schema 'onrecht-verontwaardiging-collectief verzet' in het radicaal linkse denkpatroon speelt steunt ongetwijfeld op de geweldige machtssuccessen die het de marxistiese beweging heeft opgeleverd. Dat de marxisten er machtsvormend mee aan de slag konden was echter te danken aan voorwaarden die door de tijd zijn achterhaald. Het onrecht waar het marxisme de arbeiders tegen in beweging bracht was de extreme uitbuiting en knechting die zij zelf dagelijks moesten ondergaan. En vervolgens presenteerde het marxisme een theorie die de strijd tussen bourgeoisie en proletariaat tot maatschappelijk kernverschijnsel van de moderne tijd verhief, en haarfijn uitlegde hoe de geschiedenis de overwinning van het proletariaat al in haar agenda had staan.

Dus kampt radicaal links al sinds jaar en dag met het gegeven dat de maatschappelijke ontwikkelingen in de kapitalistiese wereld de tegenstelling tussen kapitaal en arbeid zodanig hebben ontscherpt en gedifferentieerd, dat het geen zin heeft om haar als allesoverheersend konflikt overeind te houden en de arbeiders tot revolutie aan te sporen. De neo-kapitalistiese welvaartsmaatschappij biedt geen houvast meer aan benadering vanuit simpele tegenstellingen (en ook niet vanuit een combinatie daarvan zoals het socialisties feminisme heeft nagestreefd). Wel hebben er overhevelingen van revolutieperspectief van Marx plaatsgevonden naar sociale constellaties die daar in zijn gedachtegang niet rijp voor waren. Lenin is daar mee begonnen, en juist zulke ombuigingen zijn in termen van machtsvorming succesvol gebleken. Maar als ik schrijf  'in termen van machtsvorming' voel je het vonnis al aankomen: vanuit het oogpunt van menselijkheid is de marxistiese beweging op gruwelijke wanprestaties uitgelopen.

Dit is wat de deur dicht doet. Het omzetten van verontwaardiging in krachtige tegenbewegingen stuit op het gegeven dat de Derde Wereld en het gat in de ozonlaag ver weg zijn; op de onoverzichtelijkheid van het strijdterrein oftewel de onmogelijkheid om de strijd tussen goed en kwaad op een centrale polariteit te concentreren; op schrik voor de krachtmeting met de heersende macht. Maar het sluitstuk van de machtsimpasse van radicaal links is het wantrouwen van de mensen in de lui die verontwaardiging willen mobiliseren om ze voor het karretje van hun hervormingsplannen te spannen.

Natuurlijk zou ik dolblij zijn wanneer er massa's mensen eens een keer heftig gingen reageren op diverse kwalijke praktijken van onze machthebbers. Maar ik kan niet voorbijzien aan de kwalijke rol van de mechanismes van de collectieve verontwaardiging in het menselijke samenleven, aan het uitschakelen erdoor van zelfreflectie, aan het kweken van vijandbeelden, aan het rechtvaardigen van gewelddadigheid.

Dus vind ik het, als ik het bovenstaande overzie, een begrijpelijke en geenszins te veroordelen persoonlijke strategie van linkse mensen dat ze zich op deelterreinen concentreren en er meer op uit zijn hun eigen verzet te tonen dan om de massa in beweging te brengen. Maar het is waar dat op die manier onze grote algehele onvrede met de heersende gang van zaken politiek ongevormd blijft en we dus maar heel minimaal iets kunnen doen aan het verminderen van ellende. Daarom. om terug te komen op de tegenstrijdige reacties waar ik het in het begin van mijn brief over heb: dat jullie je daar niet bij neer willen leggen, hoera. Alleen: hoe energieker je je stort op het weer in beweging krijgen van de raderen van de linkse machtsvorming, des te zekerder wacht volgens mij de mislukking.

Mijn definitie van waar radicaal links tot nu toe niet in staat is luidt: tot het opwerpen van politiek levenskrachtige, effectieve politiek met een menselijk gezicht. En hierbij denk ik niet alleen aan de onmenselijkheden van de Grote Politiek, maar ook aan het kleine ellebogenwerk en verder machtsgepriegel dat zovelen uit de meer politieke hoeken van radicaal links heeft weggejaagd. ik weet dat het geen simpele opgave is waarover ik het nu heb, maar ik wil me niet laten ringeloren door een dooddoener als: vertel dan maar eens hoe dat moet, politiek met een menselijk gezicht. Wanneer iemand het ermee eens is dat het zoeken naar nieuwe perspectieven zich vooral ook in die richting zou moeten bewegen, laat hij of zij het dan zeggen, dan kunnen we samen zoeken.

Clemens Raming