dinsdag, 14 september 2021

Sinds decennia is Frankrijk het favoriete vakantieland van de Nederlander. Eerder waren dat natuurlijk Duitsland en Spanje, maar sinds jaar en dag is het land waarvan Annemarie Jorritsma zei: 'Mooi land. Jammer dat er Fransen wonen' onze favoriet.

'Heerlijk land, maar verder hopeloos'. Ze kunnen niet eens de vakbonden beteugelen. Zo denkt de gemiddelde Nederlander over Frankrijk; met dank aan onze media die het Angelsaksische bewieroken. Zelfs of juist als ze er een 2e huis hebben. 

Frankrijk moet beantwoorden aan hun wensen. 'Pittoresq', een beetje vies (turkse toiletten) en vreemd (andouillette) of een combinatie daarvan; de taal is een barrière om een fatsoenlijk gesprek te voeren. Gelukkig. Waar zou je het met hen over moeten hebben. 

Zo heeft de Nederlander zijn eigen ideeën over Frankrijk. 

2 jaar Gele Vesten. Demonstraties. Bezettingen. Ze zien ze niet.

Onrust? Niets van gemerkt. We hadden een heerlijk appartement in Montmartre.

De tweeverdieners met Nederlandse nummerplaten worden nooit lastig gevallen door de Franse politie. De gendarmes kennen het soort. Onschadelijk. 

Ze kruisen het land door van auberge tot auberge naar gehuurde villa, en omdat ze niet (meer) over smaak beschikken ontgaat hen dat de geroemde Franse plattelandskeuken is verloederd. Ze eten natuurlijk warm 's avonds, net als thuis, en laten zich gewillig afzetten. Het is vakantie. De bammetjes voor ontbijt en lunch worden tijdelijk ingewisseld voor croissants en stokbrood. Zover willen ze nog wel gaan. 

Fransen ontmoeten ze nooit, buiten de winkels die ze bezoeken. 

Vaag beseffen ze dat Fransen anders tegenover de macht staan als de Nederlander. De Franse revolutie,  jaja. En gedoe met van alles. 

Natuurlijk nu covid en de gezondheidspas. 

Wat een mooi land.

Maar wat zijn we blij dat we niet tussen de barbaren wonen. (WK)