Plan-MER Pallas schiet ernstig tekort

De voorbereidingen voor de Pallasreactor in Petten - die in 2025 in bedrijf moet komen - gaan onverminderd door. Dat geldt ook voor de strijd daartegen door Stichting Laka. Deze week sturen wij onze zienswijze in voor het eerste deel van de Milieueffect Rapportage (MER), voor de herziening van het bestemmingsplan van een gebied naast de huidige Hoge Flux Reactor in het duingebied van Petten, gemeente Schagen, daar waar Pallas gebouwd moet worden.

Merkwaardig is dat de ontwerp- en consultancyorganisatie Arcadis niet alleen het ontwerp Plan-MER heeft geschreven, maar ook het Ontwerp Bestemmingsplan voor de gemeente Schagen. Hiermee is de onafhankelijkheid van beide processen bepaald niet gediend. Vreemd is ook dat de nucleaire toezichthouder, de ANVS, pas op 6 maart meldt dat de inspraakperiode op 26 februari al is begonnen.

Opvallend is dat de Plan-MER op tal van natuur-, milieu en veiligheidsvragen rond de bouw en exploitatie van Pallas geen antwoord geeft. Zo is er feitelijk heel weinig bekend over de mogelijke effecten van de lokale breuklijn in de diepe ondergrond. Een ander pregnant voorbeeld is de koeling van de kernreactor. Alle varianten blijken serieuze problemen te veroorzaken: van o.m. thermische vervuiling tot aantasting van de zoetwatervoorziening, het kwetsbare duingebied, en het verloren gaan van de visuele landschapsbeleving. Alles overziend pakt de Plan-MER negatief uit voor het omringende Natura2000-gebied, waaronder verstoring van broedvogelplaatsen en het leefgebied van soorten als de tapuit, rugstreeppad en zandhagedis. Soorten die op de Rode Lijst staan en in de directe omgeving van het plangebied voorkomen. Pallas is niet opgenomen in het Natura2000-beheerplan Pettemerduinen 2018-2024. Op dit moment is nog niet duidelijk op welke gronden een bestemmingsplan aangepast mag worden, dat negatieve gevolgen heeft voor een Natura2000 gebied, zonder opname in het beheerplan of een vergunning wet natuurbescherming.

Nut en noodzaak
Op basis van cijfers van het kernenergiebureau van de OESO (NEA) gaat de Plan-MER er vanuit dat de toekomstige vraag naar molybdeen-99 (Mo-99) – momenteel veruit de belangrijkste medische isotoop - gaat stijgen. Datzelfde bureau sprak in 2010 voor de periode 2010-2024 de verwachting uit dat de vraag naar Mo-99 minimaal zou groeien met twee procent per jaar en maximaal met vijf procent per jaar. Al één jaar later – in 2011 - nam de vraag naar molybdeen met bijna twintig procent af en is sindsdien op dat niveau gebleven. Wat in de analyses van NEA over deze daling onvermeld blijft, is dat juist de versnellerproducenten van de crisis in 2009-2010 in de aanvoer van reactorisotopen hebben geprofiteerd door vervangende isotopen aan te bieden voor reactorisotopen. Het is dan ook bijzonder vreemd dat ontwikkelingen in de versnellertechnologie niet worden meegenomen in de overwegingen van NEA bij hun analyses over de afgenomen vraag naar reactor-Mo-99. Ook het gelijk blijven van de vraag sinds 2011 betekent feitelijk een afname, omdat de vraag naar medische isotopen jaarlijks toeneemt.

In oktober 2016 ging de Canadese NRU-reactor - tot dan toe 's werelds grootste bulkproducent van Mo-99 - op stand-by (tot en met maart 2018). Al ver voor oktober 2016 werd de vrees geuit dat dit zou leiden tot ernstige tekorten. De NRU heeft echter geen enkele keer hoeven bij te springen in de wereldwijde productie van Mo-99. In een RIVM-rapport van 2016 wordt gesteld dat door de groei van alternatieve productiemethodes, de sluiting van de HFR over drie jaar – dus in 2019 - opgevangen kan worden. De sluiting van de NRU is in dit verband een sprekend voorbeeld. Na het wegvallen van de NRU in oktober 2016 hebben andere reactoren in de periode daarvoor hun capaciteit verhoogd. Deze wereldwijde netwerkfunctie en de toenemende vraag naar versnellerisotopen maken de komst van een nieuwe reactor helemaal niet noodzakelijk voor het handhaven van de leveringszekerheid.

Stichting Laka vindt dat versnellers niet serieus aan bod komen in de Plan-MER. De beschrijving van de mogelijkheden van versnellers is ver beneden de maat. Er staan zelfs aperte onwaarheden in. Een serieuze MER over Pallas hoort een totaalbeeld te geven van de ontwikkelingen in de isotopenmarkt, daartoe behoort een onafhankelijk oordeel over de perspectieven van versnellers in de komende zeven jaar. Bijvoorbeeld over de Lighthouse-versneller. Lighthouse is een spin-off bedrijf van chipfabrikant ASML in Veldhoven. In oktober 2016 werd dit bedrijf door het kabinet uitgeroepen tot nationaal icoon, maar achteraf blijkt deze innovatieprijs een oprotpremie. Recent heeft het bedrijf zijn heil gezocht in België, omdat Nederland kiest voor een dure, vervuilende en geldverslindende reactor. Lighthouse verwacht in 2023 in België haar eerste lineaire versneller op de markt te brengen die net zoveel molybdeen kan leveren als de huidige HFR; bovendien goedkoper, zonder kans op kernongevallen, en zonder kernafval.

Pallas is volgens de Plan-MER belangrijk om te kunnen blijven voorzien in de toekomstige behoefte aan therapeutische isotopen. Maar evenals bij diagnostische isotopen maakt de productie van therapeutische isotopen deel uit van een wereldwijd netwerk van reactoren. Twee of drie onderzoeksreactoren zijn ruimschoots voldoende voor de wereldwijde behoefte. Daar is geen nieuwe reactor voor nodig, want er zijn meer reactoren die deze isotopen produceren. Bovendien zijn therapeutische isotopen veel langer houdbaar door de veel langere halfwaardetijden.

Gevaar van overheidssubsidies
Veel OESO-landen, waaronder Nederland, hebben zich gecommitteerd aan het traject naar ‘full-cost recovery’. Overheidssubsidies op reactorisotopen worden geleidelijk afgebouwd en de prijzen van reactorisotopen worden stapsgewijs verhoogd, waardoor ook eerlijke concurrentie mogelijk wordt met andere aanbieders op de isotopenmarkt die niet profiteren van overheidssubsidies. Een groot probleem bij deze operatie is dat er nog steeds landen zijn die subsidies verlenen aan reactorproducenten. Australië had een lening verstrekt voor de bouw van een nieuwe productiefaciliteit en een afvalverwerkingsfabriek. Maar in het parlement worden debatten gevoerd om deze lening kwijt te schelden. In Tsjechië worden overheads- en ontmantelingskosten niet gedekt in de prijs. De Belgische regering sponsort het MYRRHA-project voor veertig procent en betaalt voor het afval en de veiligheid. (Mogelijk wordt dit project gestopt door de komst van de Lighthouse-versneller) Ofschoon Nederland van plan is ‘full cost recovery’ toe te passen bij Pallas, heeft het wel subsidie verleend voor het oplappen van de HFR en het opruimen van het historisch afval. Dat kan worden uitgelegd als subsidie voor de Pallas. Zo bestaat het gevaar dat we weer terug bij af raken, waardoor nieuwe crises in de isotopenaanvoer vanuit reactoren op de loer liggen en de burger opdraait voor de lasten.

Er bestaan nog steeds grote prikkels om reactorproducenten te subsidiëren omdat men denkt dat men daarmee het publieke belang dient. Zo kunnen vertragingen in investeringen ertoe leiden dat regeringen instappen. Dat gevaar is ook levensgroot bij het Pallasproject. Voor de politici – met name in de regio - geldt werkgelegenheid in ‘Petten’ als een belangrijk argument om voor de bouw van Pallas te zijn. Het idee bestaat dat Pallas vlekkeloos de functie van de huidige HFR gaat overnemen, zodat de banen in de regio gehandhaafd blijven. ‘Petten’ moet wereldspeler blijven voor behoud van werkgelegenheid. Daar is ook de Plan-MER op toegesneden. Daarbij wordt de kop in het zand gestoken voor de reële mogelijkheden van versnellers, die feitelijk meer potentie hebben om de toekomstige aanvoer van medische isotopen veilig te stellen. Met Pallas wordt een grote gok genomen met werkgelegenheid, leveringszekerheid, bergen kernafval, hoge kosten, en hoge lasten voor de burger, ten koste van innovatie met versnellers die goedkoper uitpakt, minder afval veroorzaakt en geen lasten meebrengt voor de burger.

Henk van der Keur