Habija: Baudet en Lukkassen aan de trekker

zaterdag, 16 mei 2020

Technische briefing bekeken over Habija. Maar feitelijk waren we In de jonggezellenkamer van Baudet en Lukkassen.

De ene lacht wat af, is mischien half beschonken van wijn van een goed jaar, wie zal het zeggen, of kwam ie zopas terug van de hoeren. Hij questioneert niet, hij vindt alles wel goed, en grijnst wanneer hij wordt gememoreerd aan replieken waarvan hij zich nog maar een week geleden of op een ander marktpleintje bediende.

De ander houdt een rode kaart in de lucht, wappert er even mede, laat het ding dan vliegen als een vliegtuig. Het jochie kan niet lachen zoals zijn partner in crime bij deze moord met voorbedachten rade doet. Maar dat is niet omdat hij twijfelt of walgt. In het nagenoeg aan Down doen denkende gelaat van het kerelske houdt alleen een huivering huis.

‘Frankrijk wilde niet’, lacht de ene weer. ‘Waarschijnlijk vinden ze het te min. Of willen ze Duitsland er voor op laten draaien’. De ander zit weer aan zijn toetsenbord te frunniken. ‘Qatar zag red frame pics in object vier maar ik vind dat niet relevant’, murmelt hij, en is opgelucht zodra blijkt dat het de ander geenszins interesseert wat hij waarneemt of beluistert.

Die ligt reeds weer in een deuk, om zijn volgende eigen wits. ‘Uiteindelijk schuiven we het allemaal naar de VAR, Sidje!’ Hij veegt nog es een lok van zijn coiffure uit de oogkens en vleit zich in een stoel. Hij heeft een boek meegebracht. Verzameld werk van Baudelaire. Heeft ie zo even uit voorgelezen aan dat meiske van plezier.

De ander voelt zich geroepen om, nu er letterkunde in het spel is, ook bij te dragen. ‘Cliteur heeft mijn nieuwe boek gelezen!’ Weer trekt die huivering over zijn bleke gelaat. De verrukking van de ongewervelde. De ene heeft zijn stropdas geopend en zijn favoriete passage bij Baudelaire opengeslagen. Hij zal er nu uitvoerig uit gaan citeren. De ander neemt zijn oortje weg en legt zijn rode kaart neer. Hij heeft goesting naar een glaaske melk…

Godelieve Vandamme