Over het wetsvoorstel WWB maatregelen

Staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bood op 12 november het wetsvoorstel WWB Maatregelen aan de Tweede Kamer aan. Het wetsvoorstel wordt vanaf 1 juli 2014 gefaseerd ingevoerd. Het wetsvoorstel ‘Wet maatregelen Wet Werk en Bijstand en enkele andere wetten’ was al lange tijd in aantocht, maar er was nog weinig over bekend. De reden hiervoor is dat het wetsvoorstel nauw samenhangt met plannen voor de Participatiewet en de inkomenspositie van mensen. Dit betreft in het bijzonder de mensen die straks herkeurd worden vanuit de Wajong.

De Raad van State en de Raad voor de Rechtspraak hebben inmiddels kritische adviezen gegeven aan de staatssecretaris. Belangrijke vraag is of de wet niet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en of het niet gaat leiden tot veel beroepsprocedures en bureaucratisering van de samenleving, met veel onzekerheid voor de klanten, onder andere omdat categorale regelingen en toeslagen worden afgeschaft en vervangen door een beperkte uitbreiding van de pot met bijzondere bijstand, waarbij steeds een individuele beoordeling moet plaatsvinden.
Dit roept de vraag op of de ingeplande bezuinigingen wel worden gehaald en of het Rijk niet eenvoudigweg de bezuinigingen doorvoert en de problemen van de bureaucratisering (een uitgebreider uitvoerend apparaat) op het bordje van de gemeenten schuift. De Raad van State is ook van oordeel dat deze maatregel niet proportioneel is en adviseert het kabinet om ervan af te zien.

Ook VNG en Divosa hebben scherpe kritiek op de aanpassingen in de Wet Werk en Bijstand. De maatregelen schieten volgens VNG en Divosa hun doel voorbij, leiden tot onnodige extra regels en dwang en beperken de mogelijkheid tot maatwerk. De Wet werk en bijstand is bedoeld als vangnet voor burgers die niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. VNG en Divosa hebben in maart al forse kritiek geleverd op het conceptwetsvoorstel. De Maatregelen WWB kunnen leiden tot: Verhoging van schulden bij werkzoekenden; groter beroep van werkzoekenden op andere gemeentelijke vangnetten zoals de bijzondere bijstand, schuldhulpverlening, ondersteuning van de voedselbanken en de maatschappelijke opvang.
Het wetsvoorstel zoals het er nu ligt, dat hadden wij wel verwacht. Reeds jaren vindt vanuit bepaalde hoeken van de samenleving een aanval plaats op de fundamenten van de positie van de minima in de samenleving. Dit ging in de loop der jaren gepaard met een aanscherping van strafmaatregelen in diverse sociale zekerheidswetten, verruiming van het begrip passende arbeid, strengere keuringen, verlies van koopkracht en strengere controles middels een uitbreiding van de huisbezoeken en andere maatregelen, waardoor de toegang tot de sociale zekerheid voor steeds meer mensen sterk werd ingeperkt en steeds meer mensen moesten rondkomen van een veel te laag sociaal minimum, tot in lengte van jaren. En dit, terwijl de economie al decennia lang onvoldoende arbeidsplaatsen creëert voor de duizenden werkzoekenden. In feite was er voor de economische crisis al sprake van een bijna baanloze groei, met een chronische massawerkloosheid, die door de crisis versterkt is (1). Vele mensen met een minimuminkomen hadden zodoende geen alternatieven voor het leven op een sociaal minimum tot in lengte van jaren, ondanks de verhullende retoriek die daarover door de overheid wordt verspreid. De invoering van deze maatregelen werd gekenmerkt door een compromis tussen de liberalen en de sociaaldemocraten. Centraal kwam te staan het ‘volumebeleid’: de toegang tot de sociale zekerheid werd steeds verder ingeperkt, maar het sociaal minimum als principe waar geen enkele legale hier verblijvende burger beneden mocht zakken bleef formeel als principe gehandhaafd, hoewel de koopkracht ervan terugliep, met het argument dat dit sociale minimum moest blijven gelden voor alle mensen die het ‘echt’ nodig hadden. Maar in de samenleving groeide de kloof tussen arm en rijk, waarbij de rijken steeds rijker werden en de armen steeds armer. Een hogere belasting voor mensen die al heel veel geld hebben is onbespreekbaar, de armen worden gepakt.

Met het huidige wetsvoorstel worden vele kenmerken van een rechtvaardige samenleving voor iedereen overboord gegooid. Het volumebeleid ontaardt hiermee in het ‘zoeken naar een stok om de hond te slaan’. Er wordt gezocht naar het uitsluiten van mensen van het recht op eten, een dak boven je hoofd, waarbij de maatregelen worden doorgevoerd op ideologische gronden en niet omdat de overheids financiën of andere rationele argumenten de bezuinigingen en deze maatregelen noodzakelijk maken. En de ideologische motiveringen zijn, dat de schuld van de armoede en werkloosheid bij het individu worden gelegd: dan moet je je maar anders gedragen, kleden, pillen slikken, zonder protest doen wat je baas zegt, onderbetaling en slechte ziekmakende arbeidsomstandigheden zonder morren aanvaarden, en zo niet, dan wordt je zomaar drie maanden uitgesloten van een inkomen. Er wordt gesuggereerd: werkloosheid is je eigen schuld, en heeft verder niets te maken met de maatschappelijke omstandigheden, en het feit dat er niet voor iedereen betaald werk is. Maar niet alleen is het volumebeleid ontaard in het zoeken naar een stok om de hond te slaan, nee, ook het algemene principe van het sociale minimum waar je niet beneden mag zakken wordt met de invoering van de kostendelersnorm afgeschaft.  Het sociale minimum is niet langer een algemene norm voor iedereen in een beschaafd land, waarna je van het bedrag dat je krijgt als gepensioneerde, arbeidsongeschikte, werkloze, werkende met een minimuminkomen je leven mag inrichten volgens eigen keuzen en omstandigheden en respect voor de autonomie van de mens met daarbij de verdeling van de kosten die je hebt. Nee, de overheid gaat bijstandsachtige principes invoeren in de volksverzekeringen zoals het principe dat bij de hoogte van de bijstand  wordt gekeken naar de kosten die je hebt voor bepaalde uitgaven. De overheid zegt: je hebt een uitkering, maar als die en die door ons te bepalen kosten kosten minder zijn, dan krijg je minder uitkering. Dit betekent een begin van afschaffing van de volksverzekeringen: immers, een volksverzekering is in principe een geïndividualiseerde verzekering, waarvoor je premie betaalt. Wij zijn nu over de gehele linie op weg naar het biologisch minimum van de VVD op basis van bijstandsachtige sociale voorzieningen zonder sociale verzekeringen, waardoor je op het absolute sociale minimum wordt vastgepind. Dit schrijnt des te meer, daar de rijken steeds rijker worden en excessieve asociale verrijkingen nauwelijks worden gecontroleerd en bestraft en soms zelfs legaal zijn, waarbij belastingverhogingen voor die rijken taboe zijn.

De maatregelen op een rij voorzien van commentaar:
• Er wordt een kostendelersnorm geïntroduceerd waardoor de bijstandsnorm per persoon lager zal worden naarmate meer meerderjarige personen in de woning aanwezig zijn en zij ook met meer personen de kosten kunnen delen. Deze kostendelersnorm gaat, behalve in de bijstand, ook gelden in de AOW, Anw, IOAW, IOAZ en Toeslagenwet. De invoering van de kostendelersnorm betekent dat ongeveer honderdduizend uitkeringsgerechtigden die onder diverse sociale verzekeringswetten vallen er honderden euro's op achteruit zullen gaan. (AOW-ers, WWB-ers, Wajongers, etc.) Woont u in bij moeder dan gaat de bijstandsuitkering 202 euro omlaag en de AOW van uw moeder nog eens met 283 euro. Een alleenstaande in de bijstand met thuiswonend werkend kind wordt per 01-01-2014 met 202 euro gekort op zijn uitkering. Twee zussen in de AOW die wonen op zelfde adres leveren per 1 juli volgend jaar circa 250 euro in vanwege de kostendelersnorm. Twee samenwonende personen, beiden AOW en geen partners gaan er door de kostendelersnorm 566 euro per maand op achteruit.
De kostendelersnorm is een ramp voor de positie van vele minima. De norm is in strijd met doelstellingen van de participatiesamenleving dat meer mensen voor elkaar moeten zorgen. In veel voorkomende situaties zorgen inwonende kinderen voor hun oudere ouders; zij worden straks financieel gestraft voor die hulp. AOW-ers en chronisch zieken hebben vaak meerkosten vanwege chronische ziekte en worden extra geraakt vanwege inperking kostenvergoedingen de afgelopen jaren en het afschaffen in dit wetsvoorstel voor categorale bijstand waarbij ze niet voor individuele bijzondere bijstand in aanmerking komen.  Bovendien is de kostendelersnorm een moeilijk te controleren maatregel. Wat we hierboven ook al geconstateerd hebben, de maatregelen zullen leiden tot een verdere uitbreiding van het gemeentelijk ambtelijk apparaat of dit noodzakelijk maken. Een heel nieuwe aan te stellen groep van controleurs, handhavers en sociale rechercheurs moet op pad om middels (onaangekondigde) huisbezoeken de thuissituatie te controleren. Daarbij zal net als bij controle op samenlevingsvormen in het algemeen diep ingegrepen moeten worden in de privé-situatie van de betrokkenen. Wij achten dat onwenselijk.

• Mensen moeten eerst vier weken naar een baan zoeken voor ze recht krijgen op bijstand en de overheid ontneemt hen het recht op bijstand indien ze de zoektocht naar een baan onvoldoende kunnen aantonen. Iedereen die een bijstandsuitkering aanvraagt, moet aantonen dat hij in de voorafgaande vier weken er zelf alles aan heeft gedaan om werk te vinden. De zoektijd van vier weken en het plan van aanpak gelden dan ook voor personen van 27 jaar en ouder. De werkzoekenden doen een beroep op een bijstandsuitkering omdat ze meestal financieel volkomen aan de grond zitten. Daardoor zal een grote groep door de maatregel in financiële problemen komen. De staatssecretaris wijst op het succes van dit instrument bij de jongeren. Hoe is het mogelijk. Zo wees een onderzoek van FNV Jong over de maatregel bij jongeren tot 27 jaar uit, dat landelijk gezien door de 4 weken wachttijd 37 procent van de jongeren die een uitkering aanvroegen van een aanvraag afzag, omdat men werk had gevonden of verder ging studeren. Van 63 procent weet men het dus niet. Hetzelfde onderzoek van FNV Jong wees uit, dat een groot gedeelte van die 63 procent in een uitzichtloze positie komt.
Na 4 weken moet de aanvrager van een bijstandsuitkering aantonen dat hij zich heeft gehouden aan de verplichtingen op grond van artikel 18, een onmogelijke opgave. Als hij daar onvoldoende in slaagt, volgt nog eens drie maanden uitsluiting van de uitkering. Deze en andere stappen/maatregelen zijn de weg naar het voor een groot gedeelte afschaffen van de bijstand als laatste vangnet.
In Amsterdam en Rotterdam is de 4 weken wachttijd al ingevoerd en op ons spreekuur ervaren we nu al de problemen. Bel je niet op de opgelegde dag, dan geen aanvraag en dan begint de wachttijd wederom. Het geldt ook voor mensen die zich aantoonbaar suf hebben gesolliciteerd, wat is dan het doel, het is niet proportioneel. Veel mensen komen hierdoor in financiële moeilijkheden.

• verplicht invoeren van een tegenprestatie voor alle bijstandsgerechtigden in alle gemeenten. De gemeenteraad wordt verplicht om bij verordening regels vast te stellen met betrekking tot de plicht tot tegenprestatie en de bijbehorende maatregel. De ‘tegenprestatie naar vermogen’ krijgt nog steeds geen duidelijke invulling, terwijl de gemeenteraad wel wordt verplicht een verordening hiervoor te maken. De wettelijke ruimte voor de gemeente is beperkt en in de praktijk blijken hier knelpunten te liggen. In 2012 is de bijstandswet al aangescherpt. Gemeenten kregen toen meer wettelijke mogelijkheden om mensen te verplichten werk te aanvaarden en een maatschappelijke tegenprestatie te verlangen. In het nieuwe wetsvoorstel wordt deze maatschappelijke tegenprestatie nader omschreven als ‘onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden’ en verplicht gesteld. Gemeenten worden ook gedwongen sancties op te leggen als mensen niet meewerken. De colleges hebben wel beleidsvrijheid om invulling te geven aan de aard van de maatschappelijk nuttige werkzaamheden. Voor iedereen wordt een plan van aanpak opgesteld. In de plannen staat wel dat mensen ‘invloed hebben’ op de keuze van een maatschappelijke tegenprestatie. Wat dit dan inhoudt en welke criteria dan gelden, is niet duidelijk. Wel duidelijk is dat gemeenten straks kunnen bepalen wat iemand moet doen. Als hij niet meewerkt, wordt hij gekort op zijn uitkering. Keuzevrijheid of ontwikkelen van talenten staan dus op de laatste plaats. Alle Wajongers met werkvermogen gaan straks over naar de Participatiewet en krijgen hier dus ook mee te maken. De Bijstandsbond deelt de conclusie van de Raad van State, dat het verplichten van tegenprestatie voor mensen, die geen kansen hebben op de arbeidsmarkt en/of vanwege arbeidsongeschiktheid niet meer kunnen werken op straffe van 3 maanden uitsluiting van de uitkering in strijd is met het verbod op dwangarbeid, zoals geformuleerd in internationale mensenrechtenverdragen. Slechts weinig gemeenten zien heil in deze maatregel. De bijstandsbond heeft met andere organisaties in het Comité Dwangarbeid Nee een rapport samengesteld over het werken met behoud van uitkering in Amsterdam, waarbij een reeks van klachten en misstanden naar voren kwamen. Dergelijke rapporten zijn ook in andere gemeenten gemaakt. Er is verdringing op de arbeidsmarkt, waarbij mensen die voor een tegenprestatie moeten werken en werkzoekenden die voor hun uitkering moeten werken betaalde krachten van hun arbeidsplaatsen verdringen. De Haagse regels met betrekking tot participatieplaatsen en vrijwilligerswerk, dat het additioneel moet zijn en moet leiden tot perspectief op een betaalde baan worden in de verschillende gemeenten met voeten getreden. Eigen ideeën van bijstandsgerechtigden om zich in te zetten voor de samenleving worden vaak afgewezen. Door het ontbreken van een formulering van rechten van bijstandsgerechtigden in dit soort situaties wordt de deur naar willekeur bij de invoering van de generieke tegenprestatie nog verder opengezet.
Mensen hebben invloed op wat ze gaan doen, staat in de Memorie van Toelichting; in de volgende zin staat: maar de gemeente bepaalt, dus die invloed is een wassen neus. ook de Centrale Raad van Beroep is van oordeel dat het in strijd is met verplichte arbeid als er totaal geen uitzicht is op arbeidsdeelname en van normale burgerplichten is ook geen sprake, het geldt immers alleen en wel verplicht voor mensen met bijstand.

• Ook wordt vastgelegd dat bijstandsgerechtigden hun sollicitaties niet mogen belemmeren door persoonlijke verzorging, onaangepaste kleding, en/of gedrag. Wie zich naar het oordeel van de klantmanager niet gedraagt, of naar het oordeel van de klantmanager slordig gekleed is, krijgt te beoordelen door de gemeenten maximaal drie maanden geen uitkering meer. Met deze belachelijke regel wordt de bijstandsgerechtigde onderworpen aan een subjectief beleid van willekeur, waarbij er altijd wel een reden te vinden is om iemand een douw te geven. Wat is ‘onaangepaste kleding’? Wat is 'onaangepast gedrag'? Daar kun je van alles onder verstaan, en iedereen verstaat er weer iets anders onder.

• Indien er naar het oordeel van de uitkeringsinstantie sprake is van misdragingen tegen uitvoerende instanties en hun functionarissen tijdens het verrichten van hun werkzaamheden wordt de uitkering drie maanden ingehouden. 'Asociaal gedrag' speelt daarbij een rol. Wanneer een belanghebbende zich misdraagt tegen medewerkers die de sociale zekerheidswetten uitvoeren, kan de gemeente of het UWV/SVB een uitkering voor maximaal drie maanden stopzetten. De maatregel van drie maanden uitsluiting uit de WWB bij het niet nakomen van bepaalde verplichtingen is een straf die niet proportioneel is. Ook wordt geen onderscheid gemaakt tussen ‘lichte’ en ‘zware’ overtredingen. Deze maatregel is zeer ingrijpend, terwijl de bijstand toch een vangnet is. Zo'n maatregel moet omgeven zijn met bijzondere waarborgen en aan strenge eisen voldoen. Het betreft namelijk een punitieve sanctie, en geen repetitieve sanctie, in tegenstelling tot wat de regering aangeeft. Dit is in strijd met de mensenrechten.

• Op het naar het oordeel van de uitkeringsinstantie niet voldoen aan de informatieplicht staat te beoordelen door gemeenten maximaal drie maanden inhouding van de uitkering. Vele onschuldigen zullen hierdoor worden getroffen. Veel mensen zijn zich er met de ingewikkelde regels die voortdurend veranderen niet van bewust dat ze een detail hadden moeten melden.

• Diverse arbeidsverplichtingen en bijbehorende maatregelen worden geüniformeerd. De bijstand wordt met 100 procent verlaagd gedurende drie maanden indien iemand de geüniformeerde arbeidsverplichtingen niet nakomt of niet kan aantonen dat aan die verplichtingen is voldaan. Strafmaatregelen voor bijstandsontvangers worden strenger en landelijk voorgeschreven. De beleidsvrijheid die de gemeente genoot wordt ingeperkt door de geüniformeerde arbeidsverplichtingen. De bevoegdheden worden verplichtingen en er is nauwelijks meer ruimte voor maatwerk. De bewijslast dat is voldaan aan de verplichtingen komt bij de belanghebbende te liggen, maar kan praktisch onuitvoerbaar blijken. Met name dat belanghebbende het verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid niet mag belemmeren door kleding, gebrek aan persoonlijke verzorging of gedrag, is een lastige. Wie bepaalt de criteria hiervoor? Hoe toont een belanghebbende aan dat hij iets niet heeft gedaan?  Er zijn verstrekkende mensenrechtelijke gevolgen van de maatregelen.
Een voorbeeld: Een gezin met twee minderjarige kinderen. Vader is gezond verklaard vanuit de WAO (ook al is er wel van alles met hem aan de hand), hij moet solliciteren vanwege de bijstandsplicht. Hij doet dat volgens de casemanager niet goed genoeg. De uitkering wordt verplicht voor drie maanden gestopt. Het gaat om een gezinsuitkering. Ook de partner en de kinderen worden, terwijl vaststaat dat er geen andere inkomsten zijn, geheel uitgesloten van inkomen. Drie maanden kunnen de verplichtingen ten aanzien van de zorgverzekering, het energiebedrijf en de huur niet nagekomen worden, met alle gevolgen van dien. Dit gezin, ook de twee kinderen, moet zich deze drie maanden maar redden. Kan geheel geen beroep meer doen op ondersteuning van de overheid.
Deze harde uitsluitingen hebben we eerder gezien bij ongedocumenteerden. Kinderen mochten op straat gezet worden. Mensen die niet uitgezet kunnen worden, hebben wel recht op medicijnen, maar niet op een boterham of daklozenopvang. De uitsluiting van deze groep werd politiek geaccepteerd, nu zijn bijstandsgerechtigde Nederlanders aan de beurt. Die uitsluitingen zijn in strijd met de mensenrechten. In de klacht van Defence for Children tegen Nederland, gaf het Europees Comité voor Sociale Rechten bijvoorbeeld aan dat kinderen niet op straat gezet mogen worden. In september 2012 nam de Hoge Raad dat standpunt over. In de recente zaak van de Protestantse Kerk tegen Nederland bepaalde het Comité dat er een absolute minimumnorm is: iedereen heeft het basisrecht op voedsel, kleding en opvang. Immers, had de vader uit het voorbeeld iets strafbaars gedaan, dan had hij in de gevangenis deze basisrechten wel gekregen en had zijn gezin bijstand kunnen blijven ontvangen. We laten mensen die afhankelijk zijn van overheidssteun namelijk niet geheel aan hun lot over. Uitzonderingen worden niet toegestaan: ook mensen die van goede wil zijn, maar kampen met complexe problemen, krijgen een forse maatregel opgelegd: geen uitkering voor drie maanden. Deze maatregel opleggen terwijl het voor velen zeer moeilijk zo niet onmogelijk is een betaalde baan te vinden betekent dat vele werklozen in de ellende zullen worden gestort waarbij geen rekening kan worden gehouden met hun persoonlijke omstandigheden.
 
• Artikel 9a WWB, over de ontheffing van de plicht tot arbeidsinschakeling van alleenstaande ouders, wordt afgeschaft. Er is aan deze maatregel een jarenlange discussie voorafgegaan. Nu wordt deze maatregel zonder discussie doorgevoerd. In de loop van de tijd zijn reeksen van bezwaren tegen het generiek opleggen van de sollicitatieplicht aangevoerd. Rekening moet worden gehouden met de zorgtaken van deze bijstandsvrouwen. In bijzondere situaties als een kind gehandicapt is of bijvoorbeeld leerproblemen heeft moet vrijstelling van de sollicitatieplicht kunnen volgen. Onze ervaring is, dat bijstandsvrouwen nog steeds te weinig ondersteuning krijgen. Veel bijstandsvrouwen hebben de ervaring dat wanneer ze zeggen: mijn kinderen zijn klein, ik kan geen betaald werk aanvaarden, maar ik kan wel scholing doen, daar heb ik wat aan en daar heeft de maatschappij wat aan, dat dan wordt gezegd je neemt later maar een ongeschoold baantje of een schoonmaakbaantje als de kinderen groot zijn, dat gaan we niet vergoeden.  Men kan niet moreel verontwaardigd huilen over al die jongeren die liefde en aandacht tekort komend langs de straat zwerven omdat niemand hen thuis opwacht na schooltijd en tegelijkertijd de vrijstelling van sollicitatieplicht van bijstandsvrouwen met kinderen afschaffen.

• De mogelijkheid tot verlening van categorale bijzondere bijstand wordt verkleind. Alleen categorale bijzondere bijstand in de vorm van een collectieve aanvullende zorgverzekering of een tegemoetkoming in de premie van een dergelijke verzekering wordt gehandhaafd. Voor deze vorm van categorale bijzondere bijstand wordt de inkomensgrens van 110 procent van de bijstandsnorm geschrapt. Het voorstel voorziet in de afschaffing van de bestaande inkomensgrens van 110 procent voor categorale bijzondere bijstand in de vorm van een (premiebijdrage in de) collectieve zorgverzekering voor minima (CZM). Hierdoor worden gemeenten in staat gesteld naar wens een hogere inkomensgrens vast te stellen, bijvoorbeeld ter hoogte van 120 of 130 procent van het sociaal minimum.  De langdurigheidstoeslag wordt vervangen door een individuele inkomenstoeslag. Het gaat bij de afschaffing van de categoriale bijzondere bijstand om de categorale bijzondere bijstand voor:
o Ouderen vanaf 65 jaar
o Ouders met schoolgaande kinderen
o Chronisch zieken en gehandicapten.
Laatstgenoemde doelgroep wordt overigens ook geraakt door de afschaffing van (delen van) de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Compensatie eigen risico (CER).

Het deel over de afschaffing van de overige mogelijkheden van categorale bijzondere bijstand wordt beoogd in te gaan op 1 juli 2014. Hierbij geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2015. Hierdoor hebben gemeenten de mogelijkheid om lopende vormen van deze inkomensondersteuning te beëindigen.
Bij de afschaffing van categorale bijstand bestaat het risico dat de groepen die nu voor categorale bijzondere bijstand in aanmerking komen geen gebruik kunnen maken van de individuele bijzondere bijstand. De nieuwe procedure brengt weer een hele rompslomp met zich mee van formulieren invullen, gesprekken voeren met klantmanagers, een lange duur alvorens een beslissing wordt genomen, et cetera. Dit betekent dat minder mensen van de regelingen gebruik zullen maken en het niet-gebruik van waar je recht op hebt zal toenemen. Ook de afschaffing van de langdurigheidstoeslag heeft deze nadelen. Ook dit leidt tot niet-gebruik, onnodige uitvoeringskosten en bureaucratisering en een grotere kans op rechtsongelijkheid en willekeur.

Het afschaffen  van de categorale bijzondere bijstand, onder andere voor chronisch zieken en gehandicapten voor meerkosten betekent, dat zij in veel gevallen in zijn algemeenheid niet in aanmerking voor bijzondere bijstand daar de jurisprudentie daarover al zeer streng is, bij ziektekosten of daarmee samenhangende kosten is geen beroep op bijzondere bijstand mogelijk, daar de zorgverzekeringswet een voorliggende voorziening is, hetgeen vaste jurisprudentie is van de Centrale Raad van Beroep. De regering geeft aan dat meer geld voor bijzondere bijstand vrij komt, waar willen ze dat geld voor gebruiken? Het recht op bijzondere bijstand, is de laatste jaren sterk uitgekleed door de Centrale Raad van Beroep.
Op 11-06-2006 verkondigde de kandidaat voor het lijsttrekkerschap van de VVD, Marc Rutte: "over vier jaar sluiten we de bijstand". Het duurt iets langer, maar we zijn hard op weg, uitgevoerd door een sociaaldemocratische staatssecretaris.

Meer informatie via de Vereniging Bijstandsbond, Da Costakade 162, 1053 XD Amsterdam 020-6898806 info@bijstandsbond.org

(1)  Het arbeidsvolume nam in de periode 1969-2006 toe van 5 tot 6,6 miljoen arbeidsjaren. Dus in 36 jaar tijd een stijging van 1,6 miljoen arbeidsjaren. Na die periode bleef het arbeidsvolume schommelen rond de 6,6 miljoen arbeidsjaren. Dus geen toename meer. Het aantal werkzame personen tussen 1969 en 2012 steeg van 5,5 miljoen personen in 1969 naar 8,5 miljoen, maar sinds 2002 is er nauwelijks een toename meer. Wel geeft dit aan dat steeds meer mensen in deeltijd werken. Er heeft dus een gigantische arbeidstijdverkorting plaatsgevonden met evenredige inlevering van loon, vooral in de jaren tot 2002.  Vooral in de gezondheidszorg, de zakelijke dienstverlening en handel, vervoer en horeca wordt veel in deeltijd gewerkt. De laatste bedrijfstak is de bedrijfstak met het grootste aantal banen. De potentiële beroepsbevolking schommelde tussen 2002 en 2012 rond de 11 miljoen personen.

Piet van der Lende