Nederlandse studenten geheel de weg kwijt

Het was me al eerder opgevallen, die enkele keer dat ik wat op een universiteit moet doen, dat de stemming onder de studenten daar steeds meer gaat lijken op wat we vroeger alleen bij corpsballen (m/v) tegenkwamen. De meest onzinnige rechtse kletspraat is ineens mainstream geworden. Als het over economie gaat, komt er altijd wel iemand met Hayek en Von Mises aanzetten, economen van de Oostenrijkse school die alleen op internet serieus genomen worden door een hardnekkig groepje nerds die niet meer weten hoe de gordijnen opengeschoven moeten worden om eens een blik op de echte wereld te werpen. En die ze dan ook nog niet eens gelezen blijken te hebben, maar waarover ze wat virtuele flarden langs hebben zien schieten. Ondertussen stralen ze de arrogantie van een Britse Lord uit en menen alles al te weten (en vooral ook: beter te weten). Iets of iemand heeft ze het idee gegeven dat ze 'als generatie' veel slimmer en handiger zijn dan wat er voor hun op de aardbol gekomen is. In werkelijkheid is het natuurlijk eerder andersom. De onvolprezen Thomas von der Dunk ging er eerder in een column al verbaasd op in (Zie hier).

Volgens de filosofie (ahum) van de nieuwe generatie intellectuelen en opiniemakers (en wie is dat niet tegenwoordig, neem de windbuil Bert Brussen...) is alles wat tegenzit de schuld van vorige generaties en vooral van 'de babyboomers'. Dit simplistische generatiedenken voorkomt dat je nog in politieke termen hoeft te denken, en ook niet over ingewikkelde zaken als solidariteit. Als ik ze hoor raaskallen ga ik altijd fantaseren over de tijd dat zij, types als Brussen dus, oud of hulpbehoevend zijn, en dat er dan niemand meer is om hun luiers te verwisselen omdat ze alle zorgvoorzieningen afgebroken hebben met hun vernielzuchtige corpsballengebral.

Chomsky heeft al vaker verklaard dat er een vreemde paradox lijkt te zijn, namelijk dat de intelligentsia (of degenen die zich daar graag bij willen rekenen) zich makkelijker laat beïnvloeden (door media en opiniemakers) dan 'lager' volk. Die laatsten hebben een overtuiging, waar je het misschien niet mee eens bent, maar waarvan ze tamelijk overtuigd zijn en die dus op een gegeven moment tamelijk vast staat. Het is de intellectuele bovenlaag die met alle winden meewaait en veel vatbaarder is voor de hype van de dag. Als dat waar is, is er dus ook hoop dat het later weer anders wordt met die corpsballen. Maar ondertussen zitten we er mee.

Dit zwartgallige besef trof me weer eens midscheeps toen ik eind februari het geluk had samen met zo'n 2000 schoonmakers een gebouw van de Universiteit in Utrecht te bezetten. Mijn rol was hoofdzakelijk om daar een workshop over het Europese crisisbeleid (en met name het Nederlandse loonbeleid) te geven (zie hier). Ik had dus - eenmaal binnen - ruimschoots de tijd om de studenten te bestuderen die met de bezetting werden geconfronteerd. Dat was niet om vrolijk van te worden. Een groep studenten - oa. van de Kritische Studenten Utrecht - was zeer solidair en hielp mee met de bezetting. Maar het overgrote deel van de studenten dat die dag onverwacht met de bezetting werd geconfronteerd, was volstrekt ongeïnteresseerd in (en in veel gevallen uitgesproken misprijzend over) het lot van de mensen die hun gebouwen 's nachts moeten schoonmaken. Meer dan eens maakte ik mee dat studenten die aankwamen en zagen dat hun collegezalen bezet waren door schoonmakers, vooral verontwaardigd zijn omdat ze hun college 'waarvoor ik betaald heb!' gaan missen. Ook wordt de diepgravende analyse vernomen dat 'als ze zelf gestudeerd hadden, ze niet zouden hoeven schoonmaken'.

Toevallig was in het bezette gebouw ook het kantoor van een studentenvereniging (Helix). Aan de binnen aanwezige studenten te zien (dreads, skateboards) vinden ze zichzelf progressief, of in ieder geval soort van alternatief. Maar enige belangstelling voor de stakers ontbreekt gedurende de hele dag. Een online studentenblaadje gaat op onderzoek uit en vindt uit dat welgeteld één van hen de moeite nam om koffie te zetten voor de stakers, waarbij de rest van de club argwanend vroeg of dat dan uit de clubkas betaald ging worden. (zie hier).

Nog een notitie van uw observant was het ongelofelijke contrast tussen de menigte schoonmakers en de studenten. De eerste groep was uitermate divers en 'blank' was daar de minderheid. Bij de studenten was het precies andersom: blank, arrogant en clueless. Gewend dat de rest van de wereld voor ze werkt en onzichtbaar en geruisloos blijft. Misschien verklaart dat wat. Hoog tijd om ze een geweten te schrobben.

KeesStad