Gedeelde belangen? - Syrië/Irak: III

In een recente column op Konfrontatie gispt een Koerdistan-expert de reflex van links om de Koerden in Syrië te bekritiseren voor het aanvaarden van Amerikaanse luchtsteun in de strijd tegen IS. Joost Jongerden veroordeelt de 'anti-interventie, soms vermomd als anti-imperialisme' als 'makkelijk: men kan dan met anti-interventieleuzen de regeringen in het westen tegemoet treden. Maar het is een houding waarmee men tevens degenen die strijden in Rojava de rug toekeert.' In plaats van in deze val te vallen, zou links zichzelf een andere vraag moeten stellen; 'de vraag is niet voor of tegen interventie te zijn, de vraag is hoe de YPG en de strijd voor een andere samenleving te steunen.' Want in Rojava, het voornamelijk Koerdisch gebied in Noord-Syrië, en daarbuiten, vindt een democratische revolutie plaats, een poging tot leven 'leven zonder de staat', zoals Jongerden een van de betrokkenen aanhaalt. Met het meeste dat Jongerden zegt, kan ik instemmen. Op twee punten wil ik ingaan.

Ten eerste is er de kwestie van omgaan met 'de staat'. Is het werkelijk zo dat die slechts 'een bochel op de rug van het volk' is, zoals een activist die Jongerden aanhaalt stelt? Het is toch ook zo dat de Koerdische linkse beweging gebruik maakt van mogelijkheden die deze staat biedt, door bijvoorbeeld gebruik te maken van haar invloed in gemeentebesturen om de organisatie van lokale structuren mogelijk te maken. In Rojava is er een duidelijk overheersende politieke organisatie, de PYD, en het is deze organisatie die het initiatief heeft genomen om een leger, de YPG/YPJ, op te zetten. Een politieke organisatie die een monopolie op gewelduitoefening probeert af te dwingen is in mijn ogen minstens een staat-in-wording. Dit is niet bedoeld als kritiek op de Koerdische beweging. Deze beweging probeert in uiterst moeilijke omstandigheden een alternatief te vormen voor religieus fundamentalisme en moet het opnemen tegen de moordenaars van IS en van de Turkse staat. Zo'n beweging verdient onze sympathie en onze steun. Maar dat betekent niet dat we geen vraagtekens kunnen zetten bij hun eigen claims.

Ten tweede is er de vraag over hoe links moet reageren op de westerse interventie. Een fundamenteel uitgangspunt is dat regeringen natuurlijk niet uit puur idealisme ingrijpen, maar gedreven worden door politieke en economische belangen. 'America has no permanent friends or enemies, only interests', zou Henry Kissinger eens gezegd hebben. Dat betekent niet dat links de Koerden moet veroordelen voor het gebruik maken van westerse luchtsteun tegen IS. Het betekent wel dat westerse steun aan de Koerdische zelfverdediging tegen IS niet meer is dan een toevallige samenloop van belangen. Dat moeten we voortdurend uitleggen, zonder te vervallen in gemakzuchtige 'anti-imperialistische' leuzen. We zien nu weer de noodzaak van wantrouwen tegen onze 'eigen' staten: nu Turkije tenslotte toestemming heeft gegeven om van haar grondgebied IS aan te vallen, kijken de VS en westerse staten weg terwijl Erdogan Koerdische doelen laat bombarderen.

Steun organiseren voor de strijd van de Koerden is een dringende taak. Die steun kan materieel zijn, door bijvoorbeeld geld of hulpgoederen in te zamelen. Maar wat ook nodig is, is meer bekendheid te geven aan de progressieve bewegingen en ideeën daar. Dat is niet alleen een voorwaarde voor meer concrete steun in de toekomst, het is ook een stimulans voor links om verder te denken dan in 'anti-imperialistische' leuzen.

Alex de Jong