De zegeningen van de recessie

De Nederlandse economie is officieel in een recessie beland nu de economie twee kwartalen achter elkaar gekrompen is. De reacties zijn voorspelbaar; politici maken zich zorgen. Het verschil tussen links en rechts is daarbij dat rechts verder wil bezuinigen, maar dan wel ‘slim’ natuurlijk, terwijl links het kabinet verwijt de economie kapot te bezuinigen. Maar in ieder geval één ding hebben links en rechts met elkaar gemeen, namelijk het uitgangspunt dat economische groei gewenst, ja zelfs noodzakelijk is. De voormalige PPR hield pleidooien voor de ‘economie van het genoeg’ en ik pleit ervoor dit deel van de erfenis van de PPR te koesteren.
Grenzen aan de groei
De milieuproblematiek is de laatste jaren in Nederland nauwelijks meer in tel. We lijken er de voorkeur aan te geven collectief onze kop in het zand te steken. Toch is het duidelijk dat het wereldwijd wel spaak moet lopen als er geen grenzen aan de groei komen. De milieuvraagstukken: aantasting van natuur en landschap, verontreiniging van lucht, water en bodem, en uitputting van brand- en grondstoffen, worden steeds urgenter. Als we kijken naar de cijfers over de ecologische voetafdruk, waarin uitgerekend is hoeveel biocapaciteit er wereldwijd gebruikt wordt, is het duidelijk dat de mondiale economische groei moet stoppen. Nederland is één van de grootste ‘verbruikers’ van die biocapaciteit. Als landen als India, China en Brazilië ook nog eens hun economieën in het huidige tempo blijven ontwikkelen, zal de aarde in versneld tempo uitgeput raken.
De wal keert het schip
Er lijkt dan ook reden genoeg te zijn alarm te slaan, maar nadat eerdere min of meer apocalyptische voorspellingen van bijvoorbeeld de Club van Rome niet uitgekomen zijn, wordt er weinig geloof meer gehecht aan dreigende verhalen over de toekomst van de aarde. Maar hoe dan ook zullen we met de gevolgen van de uitputting van de aarde te maken krijgen, in de vorm van toenemende schaarste aan voedsel, drinkwater en grondstoffen. De huidige explosieve stijging van de olieprijzen is daar wellicht een voorproefje van. Die schaarste kan ook de wereldvrede in gevaar brengen, als de verschillende grootmachten met elkaar de strijd aangaan om de beheersing van de resterende brand- en grondstoffen.
De aarde is van iedereen
Toch is er op aarde nog steeds voldoende biocapaciteit aanwezig om iedereen van voldoende eten, kleding en huisvesting te voorzien, ook de inwoners van Afrika. Maar dat kan alleen als inwoners van westerse landen bereid zijn hun gemiddelde levensstandaard drastisch te verlagen. Maar dit is geen programmapunt waarvoor men de handen op elkaar krijgt; internationale solidariteit is toch al geen populaire waarde meer.
Meer is niet beter
Kortom: als we een bijdrage willen leveren aan bestrijding van de mondiale ecologische problemen, zal dat op massale weerstand stuiten. ‘Eerdere scenario’s zijn ook niet uitgekomen’; ‘de cijfers kloppen niet’; ‘we kunnen niet met minder’; ‘de technologie zal het oplossen’; ‘samen voor ons eigen, laat de rest de rambam krijgen’ - dat zijn de te verwachten reacties. Hier doet zich een klassiek voorbeeld van het prisoners’dilemma voor. Toch liggen er mogelijkheden voor een levensvatbare linkse politiek.
In de eerste plaats kan er nog veel krachtiger oppositie gevoerd worden tegen de afbraak van het milieubeleid door de huidige regering. Met innovatieve delen van het bedrijfsleven kan er een coalitie gevormd worden voor de stimulering van ‘schone energie’.
In de tweede plaats moeten de prijzen een veel reëler beeld geven van de werkelijke kosten. Sommige voedselprijzen, zoals voor groenten en vlees, zijn belachelijk laag. Nu zal verhoging van de voedselprijzen lager betaalden in grote problemen brengen – om mensen met lage inkomens niet in de problemen te brengen, zal er dan ook een drastische nivellering plaats moeten vinden.
In de derde plaats kan van de nood een deugd gemaakt worden. De socialistische beweging richt zich van oudsher niet (alleen) op welvaartsstijging maar (ook) op verheffing ofwel ontplooiing van de ‘arbeidersklasse’. Anders gesteld: het gaat niet meer om meer maar om beter. Nu ligt het gevaar van paternalisme natuurlijk op de loer; waar halen politici of actievoerders het recht vandaan om anderen te vertellen wat ze moeten doen en laten? Het antwoord hierop luidt: dat recht hebben ze niet, maar ze hebben wel het recht mensen aan te spreken op de gevolgen van hun gedrag. Als mensen graag drie keer per jaar over de wereld vliegen, is dat hun goed recht, maar dan moeten ze daar wel ook een reële prijs voor betalen – en dat is meer dan twee tientjes als doekje voor het bloeden. Linkse politici en actievoerders kunnen ook zelf het voorbeeld geven van een soberder levensstijl, die het menselijk geluk juist kan bevorderen – meer zorg voor de naaste, meer genieten in de eigen omgeving, meer echt communiceren met elkaar.

Wim van Noort